afleider
mannelijk (de)/'ɑflɛɪdər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- middel om iets of iemand (al of niet gewenst) iets anders te laten doenDe luidruchtige jongen was een grote afleider in de klas die er voor zorgde dat niemand meer rustig kon werken.Een telefoon is een grote afleider bij het studeren en veroorzaakt studie ontwijkend gedrag.
Etymologie
* van afleiden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek