aflaat
mannelijk (de)/ˈɑflat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) een kwijtschelding van tijdelijke straffen die men zou moeten ondergaan na het sterven, binnen de rooms-katholieke traditieIn de middeleeuwen kochten veel mensen aflaten tegen woekerprijzen.
Etymologie
* uit het Middelnederlands
Vertalingen
Engelsindulgence
Fransindulgence
DuitsAblass
Spaansindulgencia
Russischиндульгенция
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek