aflaat

mannelijk (de)/ˈɑflat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) een kwijtschelding van tijdelijke straffen die men zou moeten ondergaan na het sterven, binnen de rooms-katholieke traditie
    In de middeleeuwen kochten veel mensen aflaten tegen woekerprijzen.

Etymologie

* uit het Middelnederlands

Vertalingen

Engelsindulgence
Fransindulgence
DuitsAblass
Spaansindulgencia
Russischиндульгенция