afkijken

/ˈɑfkɛikə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. een idee leren, kopiëren, stelen van iemand
    De stoelopstelling van deze auto is afgekeken van de luchtvaart.
    Een medewerker van de benzinepomp bleek bankpasjes te kopiëren, de pincodes werden afgekeken door een handlanger.
  2. tot het einde toe bekijken
    Vanuit zijn raam kun je de hele straat afkijken.
    Ik heb het tv-programma wel opgenomen maar nog niet afgekeken.

Uitdrukkingen

  • de kunst afkijken

Vertalingen

Engelscopy
Franscopier
Duitsabsehen
Spaanscopiar