afgezant
mannelijk (de)/'ɑfxəzɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die als officiële vertegenwoordiger naar een andere partij gestuurd wordtOp de klimaatconferentie van Bali werd de Amerikaanse afgezant uitgefloten.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘(van staatswege) afgevaardigde’ voor het eerst aangetroffen in 1637
Vertalingen
Engelsemissary, envoy, messenger
Spaansembajador, enviado, mensajero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek