afgestudeerde

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑfxəstyˌderdə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die een opleiding met succes heeft afgerond
    De afgestudeerden kregen van de de directeur hun diploma uitgereikt.

Etymologie

* afgeleid van "afgestudeerd"