affodil
vrouwelijk (de)/ˌɑfoˈdɪl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht
- bepaald soort sierplant,
- symbool van de dood
Etymologie
*via Middelnederlands "affodillus" van Latijn "asphodelus"
Vertalingen
Engelsasphodel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek