affix

onzijdig (het)/ɑˈfɪks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een gebonden morfeem dat aan een ander morfeem wordt vastgehecht om zo een nieuw woord te vormen
    De rol van het affix in de afleiding of samenstelling wordt weergegeven door een verticale streep.

Etymologie

*Van het Latijnse affixus

Vertalingen

Engelsaffix
Fransaffixe
DuitsAffix
Spaansafijo
Italiaansaffisso
Portugeesafixo
Russischаффикс
Japans接辞
Koreaans접사
Poolszrostek
Zweedsaffix