affiniteit
vrouwelijk (de)/ɑfiniˈtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een geestelijke verwantschapHoewel ze erg verschilden, hadden ze toch een grote affiniteit voor elkaar.Hij voelt een grote affiniteit met zijn nieuwe vriendin.Hij heeft een grote affiniteit met wiskunde
- (scheikunde) de geneigdheid om verbindingen te vormenKoper heeft een grote affiniteit voor zwavel.
- (natuurkunde) de aantrekking die bij de aanraking van twee verschillende stoffen plaatsvindt
Etymologie
*afgeleid van het Franse affinité () [https://fr.wiktionary.org/wiki/affinité Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsaffinity, affinity, affinity
Fransaffinité, affinité, affinité
DuitsAffinität, Affinität, Affinität
Spaansafinidad, afinidad, afinidad química
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek