affiniteit

vrouwelijk (de)/ɑfiniˈtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een geestelijke verwantschap
    Hoewel ze erg verschilden, hadden ze toch een grote affiniteit voor elkaar.
    Hij voelt een grote affiniteit met zijn nieuwe vriendin.
    Hij heeft een grote affiniteit met wiskunde
  2. scheikunde (scheikunde) de geneigdheid om verbindingen te vormen
    Koper heeft een grote affiniteit voor zwavel.
  3. natuurkunde (natuurkunde) de aantrekking die bij de aanraking van twee verschillende stoffen plaatsvindt

Etymologie

*afgeleid van het Franse affinité () [https://fr.wiktionary.org/wiki/affinité Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsaffinity, affinity, affinity
Fransaffinité, affinité, affinité
DuitsAffinität, Affinität, Affinität
Spaansafinidad, afinidad, afinidad química