affectiviteit

vrouwelijk (de)/ɑfɛktivi'tɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand openstaat om gevoelsmatig geraakt te worden
    Eerst probeerde ik Veldmans magnum opus Haptonomie, wetenschap van de affectiviteit te lezen. Het bleek een ondoordringbaar boek vol pretentieuze orakeltaal. Nergens verwees hij naar concreet wetenschappelijk onderzoek. NRC Frits Abrahams 1 maart 2010

Etymologie

*afgeleid van affectief

Vertalingen

Engelsaffectivity