afdruipen
/ˈɑvdrœypə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) het geleidelijke proces waarmee aangehecht vocht van een vast oppervlak valtHet zeepsop droop langzaam van de borden af.
- (erga) smadelijk weggaanEr zat na die onverwacht felle tegenstand niet veel anders op dan af te druipen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek