afdekken
/ˈɑvdɛkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets over iets anders heen plaatsenWe hebben de aardbeiplantjes afgedekt tegen de vorst.
- iemand beschermen tegen een aanvalDe minister werd afgedekt door zijn collega's.
Vertalingen
Engelscover up
Franscouvrir
Duitszudecken
Spaanstapar, cubrir
Poolsprzykryć
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek