afdak

onzijdig (het)/ˈɑvdɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een schuin van een gebouw uitstekend stuk dak dat beschutting verleent aan de buitenmuur
    Het gaat regenen; laten we even onder het afdakje gaan staan.

Etymologie

* van het Duits abdach

Vertalingen

Spaanscobertizo
Italiaanstettoia