afbetalen
/ˈɑvbəˌtalə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) uitgesteld in termijnen betalenWe hebben de auto nu eindelijk afbetaald.Dankzij de vele betalende gasten dekt die ene kamer nu de hypotheek voor ons hele huis en kunnen we ook langzaam onze hypotheekschuld gaan afbetalen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek