advocate

vrouwelijk (de)/ˌɑtfoˈkatə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, juridisch (beroep), (juridisch)
    De advocate van de verdachte pleitte voor vrijspraak.
    Dit ben ik niet, dit is de oude Bibi. De doortrapte advocate die over lijken ging om haar zin te krijgen. Ik zou haar kunnen afremmen, maar ik doe het niet.

Etymologie

*Afgeleid van advocaat

Vertalingen

Fransavocate