adressering
vrouwelijk (de)/ˌadrɛˈserɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het adresseren
- wijze waarop een poststuk enz. geadresseerd is
- (informatica) wijze van adresseren van een geheugenplaats in een computer
Etymologie
* van adresseren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek