adressering

vrouwelijk (de)/ˌadrɛˈserɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het adresseren
  2. wijze waarop een poststuk enz. geadresseerd is
  3. informatica (informatica) wijze van adresseren van een geheugenplaats in een computer

Etymologie

* van adresseren