adoptiedochter
vrouwelijk (de)/aˈdɔpsiˌdɔxtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouwelijk kind dat men aanneemt als een eigen kindNu is ze een dorpelinge met haar eigen bedrijfje en een adoptiedochter, en Gote een vriend met een ruimte-innemend proces.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek