adonis

mannelijk (de)/aˈdonɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schone jongeling
    We zien een donkere schilder verleidelijk naar zijn Chinese klant kijken. Zij lijkt, terwijl ze de was doet, in te gaan op zijn avances. Maar - plottwist - als ze op het punt staan zich over te geven aan hun vleselijke verlangens, stopt de vrouw een blokje wasmiddel in zijn mond en stopt hem hardhandig in de wasmachine. Als de was klaar is, is de donkere schilder opeens een Chinese adonis geworden, die getuige zijn knipoog geen wrok koestert voor de behandeling die hem zojuist ten deel is gevallen. NRC Joram Bolle 27 mei 2016
  2. pronker
  3. bloemplanten (bloemplanten) een geslacht van overblijvende planten uit de ranonkelfamilie (), verspreid over Europa en de gematigde streken van Azië

Etymologie

*(eponiem): van "Ἄδωνις" (Ádonis); in de Griekse mythologie was de beeldschone geliefde van de godin Aphrodite

Vertalingen

EngelsAdonis, dandy, pheasant's eye