ademhalingsapparaat

onzijdig (het)/ˈadəmˌhalɪŋsˌɑpaˌrat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fysiologie (fysiologie) geheel van de lichaamsdelen die zorgen voor het opnemen van zuurstof en het uitscheiden van kooldioxide
    Het plotselinge verbod op de verkoop van steenkool in Dublin, waar het kolenstoken hoge concentraties roet en SO2 teweeg bracht, deed sterfte aan aandoeningen van het ademhalingsapparaat met ruim 15 procent afnemen (…).
    De vleesetende dinosauriërs hadden bijvoorbeeld geen zware, met merg gevulde botten. Hun botten waren hol. Waarom, is niet helemaal duidelijk. Misschien was het in eerste instantie een aanpassing die verband hield met de temperatuurhuishouding of de ademhaling (bij vogels zijn sommige botten gevuld met zogeheten luchtzakken die onderdeel uitmaken van het ademhalingsapparaat).
  2. fysiologie (fysiologie) toestel dat het lichaam helpt bij het opnemen van zuurstof en het uitscheiden van kooldioxide
    Vasilis Iliopoulos, een jonge leraar, houdt zijn grootvader vast die aan een ademhalingsapparaat is gekoppeld. „Ik ben opa in zijn bergdorp gaan halen en daarna zijn we door de vlammen naar beneden gescheurd”, zegt Iliopoulos. „Wie traag was, bleef achter in het vuur.”