adderengebroed
onzijdig (het)/ˈɑdərə(n)ɣəˌbrut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) boosaardige mensen, die door nijd en laster het geluk van anderen vergiftigen
Etymologie
* , letterlijk: nest jonge adders, gebruikt als vertaling van "γεννήματα" (gennémata) "voortbrengsels" "ἐχιδνῶν" (echidnoon) "van adders" in de , Matteüs [https://www.statenvertaling.net/bijbel/matt/12.html 12:34], Jezus' uithaal naar de Farizeeën
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek