adapter

mannelijk (de)/a'dɑptər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrotechniek (elektrotechniek) een apparaat om elektrische wisselspanning om te vormen naar gelijkspanning van een meestal lager voltage
  2. elektrotechniek (elektrotechniek) een universele plug die op verschillende types stopcontact past
  3. techniek (techniek) aanpassing tussen twee afwijkende aansluitingen

Etymologie

* afgeleid van het Engelse to adapt

Vertalingen

Engelsadapter
Fransadaptateur
DuitsAdapter
Spaansadaptador
Zweedsadapter