adagium

onzijdig (het)/aˈdaɣijʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. levenswijsheid, motto, spreuk, stelregel
    We houden vast aan het adagium 'samen uit, samen thuis'.
    'Met een witte blijf je zitten', is het aloude adagium.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn. In de betekenis van ‘levenswijsheid, spreuk’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Vertalingen

Engelsadage, adagium
Fransadage
DuitsAdagium, Sprichwort
Italiaansadagio