activa

meervoud/ˈɑktiva/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boekhouding (boekhouding) in geld uitgedrukte waarde van de bezittingen van een onderneming
    Gebouwen, voorraden en liquide middelen gelden als activa, de in patenten verzamelde kennis misschien ook. Schulden en het eigen vermogen horen bij de passiva.

Etymologie

* van Latijn "activa"

Vertalingen

Engelsassets
Fransactif
DuitsAktiva
Spaansactivo
Italiaansattivo