acrobatie
vrouwelijk (de)/akroˈbati/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de bewegingskunst met het lichaamVorig jaar kregen we een spektakel van een ander kaliber voorgesteld: een nest torenvalken. Het begon met het heel vluchtig, maar eindeloos herhaald liefdesspel boven op een elektriciteitspaal, in de top van een boom of op nog andere hoog gelegen plekjes zoals ons dak. Vergeet de Kamasutra, want dit is pure acrobatie op grote hoogte. De Standaard 30/05/2018 om 10:21 door Chris Verbeke [http://www.standaard.be/cnt/blcve_03531601 Wuyts en Decauwer in Zuid-Frankrijk]In Palestina is alles politiek, zelfs circus. Sarab, Arabisch voor ‘luchtspiegeling’, draait minder om technische excellentie dan om de trauma's en angsten uit de Palestijnse vluchtelingenkampen die de zeven jonge artiesten via jonglerie, trapeze en acrobatie voelbaar willen maken. De Standaard 18 MEI 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180517_03518708 Circus als ongewapend protest]
Etymologie
* afleiding van acrobaat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek