acoliet

mannelijk (de)/ako'lit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) in de Rooms-katholieke Kerk een misdienaar die ouder is dan 16 jaar
    Een salesiaan van wie bekend was dat hij leerlingen van een jongensinternaat misbruikt had, is in juli 2007 door toenmalig aartsbisschop Simonis aangesteld als acoliet. NRC Joep Dohmen 15 april 2010
  2. aanhanger
    Dat is niet de eerste Argentijnse film die indruk maakt met zijn scherpe analyse van de recente geschiedenis van het land. Twee jaar geleden liet Juan José Campanella in zijn film El secreto de sus ojos (‘Het geheim in hun ogen’) zien hoe straffeloos de acolieten van de militaire junta indertijd hun misdaden konden begaan – al schenkt hij de kijker aan het slot wel de genade van de poëtische gerechtigheid. NRC Ger Groot 27 oktober 2011
    Inmiddels heeft Trump een loyalist aangesteld als hoofd van de federale mediawaakhond, heeft hij een rechtszaak aangespannen tegen CBS wegens „Kamala-vriendelijke montage”, en houden zijn acolieten hoorzittingen die ‘systematische vooringenomenheid’ van de publieke omroep moeten aantonen. De platforms van Trumps tech-vriendjes worden ondertussen gevrijwaard van bemoeienis. Vrijheid van meningsuiting voor de onzen, vergelding voor de anderen.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/27/welke-parallellen-zijn-er-te-trekken-tussen-nixon-en-trump-de-satirische-roman-the-public-burning-wijst-de-weg-a4887848 www.nrc.nl (27 mrt 2025)]

Etymologie

*uit het Latijn

Vertalingen

Engelsacolyte, follower
Fransacolyte, acolyte
Spaansacólito, acólito