aciditeit
vrouwelijk (de)/ˌasidiˈtɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) de zuurgraad, geeft aan hoeveel H+ er in een oplossing voorkomtDoor de zure regen is de aciditeit van dit meer schrikbarend snel veranderd.
Etymologie
*Van het Franse acidité, van het Latijnse 'aciditas'
Vertalingen
Engelsacidity
Fransacidité
DuitsAcidität, Säuregrad
Spaansacidez
Portugeesacidez
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek