acid

mannelijk (de)/ˈɛsɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straattaal (straattaal) lysergeenzuurdi-ethylamide gebruikt als hallucinerend middel
    Hij maakte in 2013 een onuitwisbare indruk met Acid Rap, dat hij schreef onder de invloed van acid.
  2. muziek (muziek) housemuziek met een dreunende bas en het karakteristieke knerpende geluid zoals dat met een Roland TB 303 synthesizer werd gemaakt
    Gou doet wat ze goed doet: een steady groove neerzetten met een vleugje acid.

Etymologie

*[2] van "acid", als (verkorting) van "acid house"