achtvoud

onzijdig (het)/ˈɑx(t)fɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. achtmaal zo grote hoeveelheid
  2. wiskunde (wiskunde) natuurlijk getal dat deelbaar is door acht

Etymologie

* afleiding van zes

Uitdrukkingen

  • in achtvoud[1] in de vorm van acht identieke exemplaren, dat wil zeggen: met zeven kopieën erbij