achtvoud
onzijdig (het)/ˈɑx(t)fɑut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- achtmaal zo grote hoeveelheid
- (wiskunde) natuurlijk getal dat deelbaar is door acht
Etymologie
* afleiding van zes
Uitdrukkingen
- in achtvoud — [1] in de vorm van acht identieke exemplaren, dat wil zeggen: met zeven kopieën erbij
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek