achterzij

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑxtərˌzɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. achterkant
    Haar voorzijde is één schoone MuziekZich bewegend door 't oneindig Heelal,En ook haar achterzij is een Muziek,Golvende door het wonderbaar Heelal. Tubantia (1934)–Herman Gorter [https://www.dbnl.org/tekst/gort004sonn01_01/gort004sonn01_01_0040.php Sonnetten]