achtervolgster

vrouwelijk (de)/ˌɑxtərˈvɔlᵊxstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die probeert een achterstand in te halen; vrouw die probeert iemand voorbij te gaan
    Chris Froome ging gisteren onbedreigd naar zijn vierde Tourzege, maar in het AD Tourspel viel de beslissing pas in het laatste wekend. Klassementsleider Mark Hessels uit Amsterdam zag de eindzege naar achtervolgster Myrte van Veldhuizen uit Houten gaan.
    De Slowaakse loopt daardoor in het wereldbekerklassement flink uit op achtervolgster Mikaela Shiffrin, die een poortje mist.
  2. sport (sport) vrouw die meedoet aan een achtervolgingswedstrijd

Etymologie

* afgeleid van "achtervolgen"