achterpoot

mannelijk (de)/'ɑxtərpot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informele term in de biologie die gebruikt wordt om de achterste poot van een dier aan te duiden
    Een panter heeft krachtige achterpoten waardoor hij snel kan rennen.
  2. een poot aan de achterzijde van een meubel
    Hij wiebelde op de achterpoten van de stoel.

Uitdrukkingen

  • op zijn achterste poten gaan staandriftig worden