achterkleinzoon

mannelijk (de)/ˈɑxtərklɛɪ̯nzon/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) de zoon van iemands kleinkind
    Ik heb geen contact met mijn achterkleinzoon.
    Huisman maakte de geboorte van zijn achterkleinzoon begin mei wereldkundig op Twitter. Aan Shownieuws vertelde de 71-jarige televisiecoryfee eerder hoe bijzonder het is om overgrootvader te worden. "Je hebt een kind en die heeft een kind en daar zit dan ook weer een kind in. Het is heel bijzonder, een godsgeschenk."

Vertalingen

Engelsgreat-grandson
Fransarrière-petit-fils
DuitsUrenkel