achterhaaldheid
vrouwelijk (de)/ɑxtər'halthɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet langer van toepassing zijn, het niet langer als nuttig erkend worden
- iets dat obsoleet of verouderd is
Etymologie
* afleiding van achterhaald
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek