achterdeur
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑxtərˌdør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deur langs de achterkant van een gebouwIn een dorp komt men meestal via de niet gesloten achterdeur binnen.
- (figuurlijk) niet-officiële of heimelijke werkwijzeHij heeft zijn diploma via een achterdeurtje gehaald.Als de overheid immers zélf procespartij is, heeft die wel toegang tot alle uitspraken. Via de achterdeur – de databases van de rechtbanken. Burgers hebben dat niet. Dat is rechtsongelijkheid die niet kan.
Vertalingen
Spaanspuerta trasera
Italiaansporta di dietro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek