achterbak
mannelijk (de)/'ɑxtərbɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kofferbak achter in een auto‘We zijn er.’ Jack parkeerde de auto naast de grensmuur. Ik trok mijn rugzak uit de achterbak en bedankte hem hartelijk voor zijn hulp.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek