accuspanning

vrouwelijk (de)/ˈɑkyˌspɑnɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. potentiaalverschil tussen de twee polen van een toestel waarin elektriciteit is opgeslagen
    Behalve voor de lampjes moet de automobilist ook betalen voor een elektronisch voorschakelcircuit, want op de lage accuspanning willen de xenonlampen niet zonder meer branden.