accordering

vrouwelijk (de)/ɑkɔrˈderɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verlenen van toestemming door een leidinggevende (organisatie)
    SP-Kamerlid Leijten, een van de aanjagers van onderzoek naar misstanden bij de Belastingdienst, noemt de aangifte onvermijdelijk. Maar ze vindt ook dat er moet worden gekeken naar politieke verantwoordelijkheid. "We weten dat de fraudejacht is begonnen met accordering in de ministerraad."
    ,,Dit moet nader onderzocht worden. Waarbij vooropgesteld dat ieder specifiek verloftraject zeer zorgvuldig wordt opgebouwd, met op individueel niveau accordering. Conclusies zijn nu nog niet niet te trekken. Het doel is altijd om te leren van de dingen die mis gaan. De eerste analyse van de vorige ontvluchting, op 12 september, heeft geen bijzonderheden opgeleverd die noopten tot directe aanpassingen.”

Etymologie

* van accorderen