accijns
mannelijk (de)/ɑkˈsɛins/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (financieel) (economie) (juridisch) belasting die direct geheven wordt bij de aan- en verkoop van verbruiksgoederenDe overheid wilde de accijns op sigaretten verhogen.Door verhoging van de accijns probeert de regering het gebruik van benzine te ontmoedigen.
Etymologie
*via Middelnederlands "assise" van "assise" "rechtszitting, verordening, belasting", in het Vroegnnieuwnederlands gecontamineerd met cijns van Latijn "census" "belasting" en in die vorm met de betekenis van ‘verbruiksbelasting’ aangetroffen vanaf 1629
Vertalingen
Engelsexcise
Spaansderechos de consumo, impuesto de consumos
Italiaansaccisa
Poolsakcyza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek