acanthus

mannelijk (de)/a'kɑntʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort Zuid-Europese doornachtige plant met sierlijk krullende bladeren, uit de familie , waarvan de vorm vaak als motief wordt gebruikt
  2. bladversiering van Korinthische zuil lijkend op het blad van de plant

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelsacanthus
Fransacanthe à feuilles molles
Spaansacanto, ala de ángel, carnerona
Italiaansacanto
Japansアカンサス
Poolsakant miękki
Zweedsmjukakantus
Deensblød Akantus