absoute
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑp'sutə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) een plechtigheid na een uitvaartmis waarin voor de overledene om kwijtschelding van straf wordt gebedenDe absoute is het laatste deel van de uitvaartmis waarin de lijkkist met wijwater wordt besprenkend en één of meer gedichten worden voorgelezen.
Etymologie
* van "absoute", naar het vrouwelijk enkelvoud voltooid deelwoord van "absoudre" (Latijn "absolvere")
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek