abortus
mannelijk (de)/ɑ'bɔrtəs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een opzettelijk afgebroken zwangerschap, abortus provocatusZij liet een abortus plegen.Ze waren allebei linksradicalen geweest in hun jeugd in Duitsland, Christa had zelfs jarenlang seksuele voorlichting gegeven aan de arbeidersklasse in Berlijn, ze had bovendien meerdere abortussen gehad in die jaren.Wordt het abortus? Als we Ingeborg nog onder ons hadden.... nee, dat wordt het niet.
- (medisch) een spontane miskraamEen abortus wordt vaak veroorzaakt door ernstige afwijkingen bij de vrucht.
Etymologie
* uit het Latijn
Vertalingen
Engelsabortion, miscarriage
Fransavortement
DuitsAbtreibung, Schwangerschaftsabbruch
Spaansaborto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek