abonnement

onzijdig (het)/ˌɑbɔnəˈmɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. overeenkomst waarbij een persoon op geregelde tijden (bijvoorbeeld wekelijks of maandelijks) een tijdschrift of dergelijke ontvangt
    Wij hebben een abonnement op de krant.
    Mijn vrouw had vroeger een abonnement op de Vrekkenkrant, een tijdschrift dat een eenvoudige en zuinige levenswijze wilde promoten.
  2. regeling, waarbij een eenmalige of periodieke betaling wordt gedaan, welke recht geeft op een gedurende een bepaalde periode onbeperkte gebruikmaking van een bepaalde service
    Hij heeft een abonnement op het zwembad.

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelssubscription
Fransabonnement
DuitsAbonnement
Spaansabono, subscripción, suscripción
Italiaansabbonamento