abaja
mannelijk/vrouwelijk (de)/aˈbaja/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) wijd vallend, vaak donker gekleurd gewaad dat het hele lichaam vanaf de schouders bedekt, vooral gedragen door islamitische vrouwenDe Middelburgse hecht veel waarde aan de tradities en cultuur van de Saoediërs. Op het werk draagt het personeel een abaja. De lange, wijde zwarte overjurk, die ze te voorschijn haalt en aantrekt, werkt heel verhullend, de taille toont niet meer.
Etymologie
*van عَبَايَة (abaja)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek