woorden
boek
Start
›
A
›
aartskanselier
aartskanselier
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
(Rooms-Katholieke Kerk) grootkanselier van het pauselijk hof
Etymologie
*Afgeleid van kanselier
Verwante woorden
Aart
aart van der leeuwlaan
aart van der leeuwstraat
Aarten
Aartje
Aartjes
Aartman
Aartrijke
aartsbedrieger
aartsbedriegers
aartsbisdom
aartsbisdommen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← aartshuichelaars
aartsketter →