aardpeer

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈartper/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort zonnebloem, , die als vaste plant wordt gekweekt
    Ik kijk uit op een van de twee moestuinen. De aardperen staan bijna in bloei, de lathyrus ook.
  2. voeding (voeding) eetbare knol van die plant
    Wat Mosley zelf eet? Opvallend is dat hij peulvruchten, aardpeer, prei en knoflook bovenaan zijn lijstje darmvriendelijke voedingsvezels (prebiotica) heeft staan.

Etymologie

*, omdat de knol wat peervormig is

Vertalingen

Engelsjerusalem artichoke
Franstopinambour
DuitsTopinambur
Spaansaguaturma, alcachofa de jerusalén, castaña de tierra
RussischТопинамбур
Chinees洋姜
Japansキクイモ
Poolssłonecznik bulwiasty
Zweedsjordärtskocka
Deensjordskok