aardbol

mannelijk (de)/ˈardbɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aarde
    Hij had van zichzelf de grootste hansworst op de aardbol gemaakt, maar hij zou zijn dochter en kleindochter houden.
    36 David plantte vijgenbomen, citroenbomen, vuurdoorns en cactussen, appelbomen, en hij zaaide papavers, pompoenen en allerlei tropische bloemen, en alles 'vormde een volle, rommelige maar heerlijke jungle' met soorten uit 'vrijwel elke uithoek van de aardbol'.
  2. globe

Vertalingen

Engelsearth
Fransglobe
DuitsErdkugel, Globus
Spaansglobo terráqueo, globo terrestre
Italiaansglobo
Poolskula ziemska