Aardbei
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈardbɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht
- (fruit) eetbare vrucht van planten uit het geslachtBeschuit met aardbeien is mijn lievelingsontbijt.Het was niet tot haar doorgedrongen dat het een taart was, want het cakegedeelte ging geheel schuil onder een laag aardbeien.Eens ging hij in Choisy alleen een wandeling maken; toen hij terugkwam ontmoette ik, met mijn schoonzusters, hem in het park en wij gingen op een bank aardbeien zitten eten.
- met de smaak van aardbeienWat voor limonade wilt u? Doe mij maar aardbei.
Etymologie
*samenstelling van aard, (van aarde) en 'bei' (bes)
Vertalingen
Engelsstrawberry
Fransfraise
DuitsErdbeere
Spaansfresa
Italiaansfragola
Portugeesmorango
Russischклубника, земляника
Koreaans딸기
Turksçilek
Poolstruskawka
Zweedsjordgubbe
Deensjordbær
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek