aanzwengelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op gang brengen, stimuleren
    'De bouwvergunning,' zei Linda. Gombrowski wierp haar een korte blik toe en stak op hetzelfde moment een afwimpelende hand in de lucht. 'Allang aangezwengeld.' Aanzwengelen is niet genoeg. Het ding moet op tafel liggen. Eerder onderteken ik niets.

Vertalingen

Spaansrelanzar