woorden
boek
Start
›
A
›
aanvoerdersband
aanvoerdersband
mannelijk (de)
/ˈaɱvurdərsˌbɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de band die de aanvoerder van een team om de bovenarm draagt
Verwante woorden
aanvaard
aanvaardbaar
aanvaardbaarder
aanvaardbaarheid
aanvaardbaars
aanvaardbare
aanvaardde
aanvaardden
aanvaarde
aanvaarden
aanvaardend
aanvaardende
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← aanvoerders
aanvoerderschap →