aanvoelen

/ˈaɱvulə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) gevoel hebben voor, bij intuïtie begrijpen
    Hij voelt bij het schaken altijd aan wat zijn tegenstander gaat doen.
  2. ov (ov) met het gevoel begrijpen
    Aanvoelen dat iemand bang is.
  3. ov (ov) het genoemde gevoel geven
    De hand voelt koud aan.
    Wat voelt je huid lekker zacht aan zei de verliefde man tegen zijn vrouw.
    Het woord ‘mild’ had voor haar echter dezelfde betekenis als ‘tucht’ voor ieder ander redelijk denkend mens. Chantal plukte met de vingers van haar rechterhand aan de flinterdunne stof van het zilvergrijze gewaad dat heerlijk koel aanvoelde.

Vertalingen

Engelssense
Franssentir
Duitserfühlen
Spaansintuir, entender, sentir