aanvangsprijs
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de prijs waarmee men een biedproces begintDe aanvangsprijs voor de kleine rode handtas met hartafbeelding gemaakt door Giorgio Armani en met handtekening van Sophia Loren, werd vastgelegd op 21.500 euro (900.000 roebel).
- de prijs die men in het begin van een periode moet betalenOndanks al dit heuglijke nieuws, lijken toch maar weinig mensen bij de Huurcommissie aan te kloppen. Het orgaan kreeg in 2017 in totaal 7.588 verzoeken, waarvan slechts 782 zaken gingen over de toetsing van de aanvangsprijs. Uit het verslag blijkt dat het aantal verzoeken van huurders ten opzichte van 2016 flink is gedaald.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek